Inzichten uit de community of practice van Kind Centraal

In deze lijn bouwen en beschrijven scholen leerlijnen cultuureducatie. Dit doen ze samen met culturele instellingen in hun omgeving. Enerzijds gaat het om disciplinegerichte leerlijnen waarin wordt beschreven hoe een kind zich van groep 1 tot 8 kan ontwikkelen in een kunstvak of erfgoed. Anderzijds om leerlijnen die beschrijven hoe kunst kan bijdragen aan de ontwikkeling van competenties bij kinderen. De opbrengst van deze programmalijn bestaat uit ontwerp en uitvoering van leerlijnen cultuureducatie gebaseerd op:
-    De culturele ontwikkeling vanuit het kind
-    De vakinhoudelijke ontwikkeling in relatie tot het kind en/of
-    De relatie van de school tot de (culturele) omgeving

De inzichten zijn in te delen naar drie hoofdvragen:
1.    Wat is de waarde van een vakdocent binnen de leerlijn?
a.    Vakdocenten kunnen in dienst zijn bij de school, of ingehuurd worden. Soms werkt een interne vakdocent met een externe docent samen. In alle gevallen is kennisdeling binnen het team belangrijk.
b.    Externe vakdocenten kunnen ontwikkelaar en aanbieder van een leerlijn zijn, of als expert betrokken worden bij de ontwikkeling en invoering van een leerlijn door de school zelf.
c.    Samenwerking met culturele partners in de omgeving van de school verbreedt de beschikbare expertise en helpt een brug te slaan tussen binnen- en buitenschools kunstonderwijs.
d.    De inzet van een externe (vakdocent cultuur, of bijvoorbeeld trainer procesgericht werken) zorgt voor een frisse blik en extra energie in het project.
e.    Vakdocenten zetten zich in om de zelfredzaamheid van leerkrachten te vergroten, zodat leerkrachten als generalist een sterk profiel ontwikkelen voor cultuureducatie en kunnen werken vanuit partnerschap met lokale specialisten.
f.    Vakdocenten en leerkrachten bouwen een relatie op en vormen een team; scholing, advies, co-teaching en echolessen zijn voorbeelden waarop de samenwerking vorm kan krijgen.
g.    Vakdocenten werken intensief samen met de scholen, maar blijven denken als kunstenaar, met een frisse en onafhankelijke blik.
h.    Vakdocenten sluiten hun aanpak aan bij de behoeften van teams en individuele leerkrachten, zo zorgen zij voor maatwerk.
i.    Vakdocenten werken niet uitsluitend vraaggericht, soms komen ze ook met eigen initiatieven die een bredere insteek hebben dan het oorspronkelijke project of gericht zijn op verbinding van meerdere vakken; ze kunnen leerkrachten en scholen verleiden tot het stellen van nieuwe vragen.
j.    Vakdocenten en groepsleerkrachten hebben oog voor elkaars expertise en weten elkaars expertise te benutten.
k.    De inzet van een vakdocent geeft de leerkracht rust, er is altijd iemand om op terug te vallen voor praktische vragen en ook voor inspiratie.
l.    Vakdocenten kunnen helpen bij creatief en procesgericht werken, bij onderzoek naar materialen, bij ambachtelijke technieken, kunnen inzicht geven hoe technieken zich verhouden tot de ontwikkeling van kinderen en fungeren als rolmodel (voorbeeld van 'rolmodel').
m.   Vakdocenten kunnen leerlingen stimuleren met extra inzet te werken ("vreemde ogen").

2.    Wat zijn criteria voor goede leerlijnen? 
a.    Een leerlijn kan gericht zijn op culturele disciplines (ambacht, creativiteit), maar ook op de persoonlijke ontwikkeling van kinderen (cultuur als doel vs. cultuur als middel).
b.    Procesgericht werken als didactische onderlegger biedt veel waarde voor de persoonlijke ontwikkeling van kinderen met bijv. aandacht voor onderzoek, creativiteit, kritisch denken, samenwerken.
c.    Een goede leerlijn biedt leerkrachten de mogelijkheid om te differentiëren, zodat er zoveel mogelijk aangesloten kan worden bij individuele mogelijkheden van kinderen. 
d.    Een leerlijn moet opgezet zijn vanuit een duidelijke visie, een duidelijk uitgangspunt. 
e.    Een leerlijn moet bestaan uit kleine stapjes.
f.    In plaats van over een leerlijn kun je ook over een leerspiraal spreken: als leerling kom je steeds terug bij een leerervaring die je eerder hebt opgedaan, je komt steeds iets verder op basis van reflectie (Kolb). 
g.    Het is belangrijk leerkrachten hulpmiddelen te bieden om te (leren) reflecteren met leerlingen op de ervaringen die ze opgedaan hebben.
h.    Een goede leerlijn biedt ruimte voor individuele keuzes van de leerkracht, op basis van zijn/haar passie; zo ontstaat kwaliteit. 
i.    Een goede leerlijn is niet dwingend, maar ondersteunend ("licht"); met een leerlijn moet je kunnen schuiven, de punten op de lijn moeten niet vastliggen.
j.    Een algemene leerlijn die alle scholen past bestaat niet, maatwerk is heel belangrijk.
k.    Een goede leerlijn biedt steun voor het leerproces, maar het is ook belangrijk oog te hebben voor de resultaten (producten) van de leerlingen, successen moet je vieren. 
l.    Een goede leerlijn bestaat uit een theoretische basis (houvast, onderbouwing) en een praktische uitwerking die - als een school dat wenst - voor een groot deel ook zelf verder vormgegeven kan worden. 
m.    Zorg voor eenvoudige toegang tot de (digitale) materialen voor leerlingen en leerkrachten.
n.    Maak waar mogelijk gebruik van bestaande materialen (bijv. een methode zoals 'laat maar zien' of 'drama online') of materialen die ontwikkeld zijn door collega's van andere scholen of van culturele instellingen.
o.    Een leerlijn helpt een vakdocent (als externe) om dicht bij het onderwijs te blijven en niet enkel vanuit het eigen vak creatief bezig te zijn.
p.    Het is belangrijk om zichtbaar te maken hoe een leerling zich ontwikkelt, zowel voor leerkrachten, ouders als mogelijk ook de inspectie; het gaat hierbij niet om het toekennen van cijfers.
q.    Om zichtbaar te maken wat een leerling gedaan/geleerd/gemaakt heeft, kun je werken met portfolio's die je eventueel kunt koppelen aan het leerlingvolgsysteem van de school, een goed voorbeeld zijn ook de werkboekjes van de muziekleerlijn Metropole op School. 

3.    Wat zijn belangrijke condities om te komen tot een succesvolle ontwikkeling en verduurzaming van leerlijnen?
a.    Implementeren vergt meerdere jaren waarin gestaag wordt samengewerkt.
b.    Zorgvuldig overleg met alle betrokkenen voorafgaand aan het project is van groot belang. Stel vast: 
- de onderliggende visie voor het project in aansluiting bij visie van de school en didactische uitgangspunten van het onderwijs
- de gewenste rol voor en verantwoordelijkheden van de vakdocent
- verdeling taken en verantwoordelijkheden (rekening houdend met belastbaarheid, beschikbare tijd en expertise van betrokkenen)
- hoe je samenwerkt en kennis deelt
- hoe te verduurzamen, zodat de aanpak met voldoende prioriteit voortgezet kan worden na de projectperiode en de ervaringen ook op lange termijn benut kunnen worden.

c.    Soms is het beter om snel praktisch aan de slag te gaan, en in een latere fase (cyclisch) afspraken te maken over de onderwerpen die bij b genoemd staan. 
d.    Draagvlak binnen het team is een randvoorwaarde voor succes.
e.    Zorg voor een tijdspad dat past bij het team, vermijd haastwerk.
f.    Zorg voor voldoende uren voor het uitvoeren van de toegekende taken (voor zowel vakdocent als ICC'er en leerkrachten).
g.    Zorg voor beschikbaarheid van en inzicht in budget voor het realiseren van de doelstellingen.
h.    Geef leerkrachten taken die voor hen goed te overzien zijn, bouw successen in.
i.    Een gedeelde en duidelijke visie is van belang voor verduurzaming (van nice naar need).
j.    Het is belangrijk dat de ICC'er een sterk profiel heeft en een bijdrage kan leveren aan niet alleen praktische activiteiten maar ook aan beleid en het veranderingsproces.
k.    De directeur kan o.a. gevoed worden door mee te kijken in de lessen.
l.    Het is belangrijk dat de directeur ruimte geeft voor cultuureducatie, voor ontwikkeling en experiment en een sterk team vormt met de ICC'er. 
m.    Betrek bij scholing zowel leerkrachten, ICC'er als directeur / bestuur; een nieuwe aanpak moet breed gedragen en gesteund worden, op alle niveaus. 
n.    Betrek de ouders bij het project, zodat zij zien wat het belang is van cultuureducatie en wat de resultaten zijn.